Interview Marco van basten
Bondscoach vindt Marco van Basten nog steeds zwaar klinken. Dat is iets voor oudere, wijzere mannen, zei hij bij zijn aantreden in augustus 2004. Hij was al wijs, zegt hij nu met een knipoog, en hij is alweer wat wijzer geworden, maar verrast zijn hij en vriend en assistent John van ’t Schip nog niet – zegt Van Basten althans.
,,We zijn hierin gesprongen en we proberen er het beste van te maken. We zien wel hoe het loopt. Het is niet dat we geen dingen nastreven. Maar ik probeer wel mezelf te blijven. Ik probeer over dingen na te denken. Ik doe dat wat ik denk dat het beste is, voor het team of voor de situatie.’’
Terug naar de kern, was vrij vertaald één van de boodschappen bij je presentatie. Ooit ben je begonnen met voetballen omdat het leuk is – dat wilde je terugzien.
,,Als je bij het Nederlands elftal zit moet je proberen om lekker te voetballen. Dat is moeilijk zat, omdat je met z’n allen van andere clubs komt, met andere manieren van spelen en andere afspraken. Dat moet je op elkaar zien af te stemmen, en snel. Maar daarbij moet je ook wel het idee en het gevoel hebben: hé, ik heb zin om te voetballen. Dat is essentieel.’’
Is Patrick Kluivert het prototype van de speler die te ver van de kern is afgedreven?
,,Hij heeft ook pech gehad met blessures. Daardoor is hij in de vergetelheid geraakt. Zonder namen te noemen: wat vroeger alleen de filmsterren waren, zijn nu voor een groot gedeelte ook de voetballers en sporters in het algemeen. Met alle verleidingen die daarbij komen, allerlei media-aandacht. Dat vraagt een bepaalde bestendigheid, standvastigheid van de sporters van tegenwoordig. Ook dat is weer een selectiecriterium waarmee je ziet: hij blijft bij de kern en een ander laat zich ook leiden door randzaken en daardoor is hij, in onze optiek, niet optimaal met zijn vak bezig.’’
Het speelt sterk mee in jullie selectieprocedure?
,,Het speelt óók mee. Het speelt niet sterk mee. Het sterkste is of je goed kunt voetballen of niet. En of je goed in de teamtactiek functioneert en of je dat goed gedisciplineerd uitvoert. Die zaken wegen het zwaarst.’’
Maar kun je ook zeggen dat de steevast niet geselecteerde Clarence Seedorf het plezier in voetbal niet zo beleeft als jij dat graag ziet?
,,Nee. Ik denk dat hij zeker plezier in het voetbal heeft, maar op zijn manier. Clarence kan goed voetballen, als hij de bal heeft. Dan kan hij meer met de bal dan vele anderen. Maar voetballen doe je voor een groot gedeelte zonder de bal. In hoeverre is hij dan nog steeds belangrijk, goed en waardevol? En in hoeverre maakt hij het team over de volle negentig minuten sterker? Dat zijn ook afwegingen die wij moeten maken. Wij moeten kijken of hij het team in alle facetten sterker maakt.’’
Plezier is méér dan mooie dingen willen doen met een bal.
,,Ja, in voetbal zonder bal zit ook een deel van het plezier. Plezier is ook gewoon winnen. Je kunt niet alleen maar blijven lachen, omdat het allemaal leuk is. Je zult ook aan de bak moeten. Er zal ook gevochten moeten worden. Maar dat kun je ondergaan als iets wat óók leuk is. Als voetbal niet ook op een strijdlustige manier zou worden ingevuld, zou voetbal niet zo leuk zijn.’’
Dennis Bergkamp is het toonbeeld van bestendigheid, standvastigheid. Hij heeft zich altijd verre gehouden van de randzaken. Prachtige voetballer, en toch: weinig grote prijzen gewonnen.
,,Het is belangrijk dat je nastreeft dat je prijzen pakt, dingen wint die ertoe doen. Dat vergt ook een bepaalde mentaliteit. Hij heeft pech gehad met zijn eerste keuze voor Inter, dat nu eigenlijk nog steeds zoekende is. Daarna is hij belangrijk geweest voor de stijgende lijn bij Arsenal.’’
Maar het meedogenloze van jou had hij niet.
,,Nee. Hij heeft op een goede manier ook wel van zich af weten te bijten. Je moet voor dat laatste stukje, voor het per se willen winnen, wel iets hebben waarvan je zegt: goedschiks of kwaadschiks, hoe maakt niet uit. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat hij dat ook heeft, maar misschien net even wat minder dan een ander. Hij heeft een lieve uitstraling, ik niet. Ik was volgens mij meer getergd. Dat is het verschil, denk ik.’’
Dirk Kuijt kon al gauw worden gezien als het rolmodel van jullie selectiebeleid: een Hollandse jongen die zonder strapatsen hard werkt en ploeggenoten probeert te helpen. Is dat een bewuste keuze geweest?
,,Dat is zo ontstaan. Dirk is gedurende de kwalificatiereeks het voorbeeld geworden, maar dat is ook weer niet helemaal reëel. Cocu heeft een fantastische kwalificatiereeks gespeeld. Van der Sar heeft geweldig gekeept. Hun waarde was misschien wel groter dan die van Dirk Kuijt. Maar de pers pikt Dirk eruit. Die vinden dat mooi. Meer dan dat is het niet.’’
,,Natuurlijk is het mooi dat een speler als hij alles uit zijn kwaliteiten probeert te halen. Maar wij geven Dirk ook aan dat je te veel kan willen doen. Het is óók een kwaliteit dat je dat inschat. Dirk is er eentje van het type dat constant wil gaan, extra wil trainen, extra aan de gewichten hangen. Dan zeggen wij: Dirk, probeer licht te blijven, licht te zijn in het veld. Door dingen te laten kun je soms zinniger bezig zijn.’’
Als dat geen cruijffiaanse wijsheid is. De maestro is altijd ’licht’ geweest – in zijn vanzelfsprekende gelijk en als trainer, die niets liever deed dan nog meedoen tussen de jongens. ,,Ik zou niets anders hebben willen doen dan dat’’, zegt Van Basten. Maar die enkel, hè.
,,Als Johan meedeed kwam er meteen een extra uitdaging bij. In hoeverre zijn wij capabel om hem het moeilijk te maken? Dat heb ik als leuk ervaren. Ik zat graag bij zijn partij. Hij lette er onmiddellijk op dat er scherp werd getraind en hij zei direct wat van details die niet goed werden uitgevoerd.’’
Bovenal doordat hij dat niet meer kan, heeft Van Basten er lang over nagedacht of hij wel trainer wilde worden. ,,Omdat ik wist dat ik het plezier met de jongens op het veld niet meer kon hebben. Dan valt een groot deel weg. Af en toe een rondootje in het begin – dat kan nu nog net. Maar de enkel wordt er niet beter op, dus ook dat neemt af. Ik doe nu al zo weinig dat ik er niet meer wakker van lig als het straks helemaal niet meer kan. Maar het is uiteindelijk het leukste wat er is. De rest is allemaal maar een beetje gepraat.’’
En dat is soms zo makkelijk nog niet. Als het spel van Oranje niet naar wens is geweest overdenkt de jonge, nog lerende bondscoach óók de mogelijkheid dat hij zijn bedoelingen vooraf niet goed heeft weten over te brengen, of dat ze niet goed zijn overgekomen. Die twijfel is Cruijff, ogenschijnlijk althans, altijd vreemd geweest.
Van Basten: ,,Dat is misschien toch een beetje bescheidenheid bij mij. Het kan zijn dat wij het niet goed hebben gezegd, waardoor het niet loopt. Het kan zijn dat we het wel goed hebben gezegd, maar dat ze het niet goed kunnen uitvoeren. Misschien heeft Cruijff het besef wat minder dat als jij de zaken begrijpt en uitlegt, het moeilijk kan zijn voor de ander om dat te volgen of het juiste eruit te pikken.’’
,,Johan is van jongs af aan een prater geweest. Ik was geen prater. Ik word nu gedwongen om veel te praten. Ik heb wel over veel dingen nagedacht. Hij heeft ook over veel dingen nagedacht en hij is er al vroeg over gaan praten. Daar zit een verschil in. Als je het zo bekijkt moet ik in het praten nog een inhaalslag maken. Misschien bedenk ik ook daarom dat we het mogelijk niet goed hebben uitgelegd. Misschien zal ik het over twintig jaar niet meer zeggen. Zal ook ik dan iets hebben van: ik heb nu zoveel gezegd, het moet duidelijk zijn.’’
Cruijff redeneert en praat intuïtief, jij als de denker die zich ook het uitgangspunt van de ander wil inbeelden.
,,Ik word nu steeds meer gedwongen om de zaken waarover ik heb gedacht, onder woorden te brengen. Dat wordt van me verwacht. Daarom heb ik nu, en in het begin nog veel sterker, soms nog de twijfel of ik het goed overbreng en goed heb uitgelegd. Over tien of twintig jaar ben ik misschien ook zo ver, dan ben ik zo verbaal capabel geweest, dat ik me daarover niet meer druk maak.’’
Cruijff kon jullie vroeger naar jullie zelf zeiden ’suf lullen’. Praat jij daarom nu bewust minder lang tegen spelers?
,,Ik probeer het altijd zo kort mogelijk te houden. Dan weet je dat je wel eens wat vergeet, of minder uitvoerig op iets ingaat. Maar ik ben me bewust van de hoeveelheid input die mensen kunnen verwerken. Daar probeer ik op mijn manier een goede invulling aan te geven.’’
,,Maar vergis je niet. Cruijff kon in besprekingen voor wedstrijden ook heel kort en bondig zijn. Johan kon af en toe in bepaalde discussies heel diep ingaan op zaken. Dan duurde het lang, en dan kon je niet altijd je aandacht erbij houden. Hij kan in bepaalde details lang doorgaan. Daar ben ik misschien wat sneller klaar mee.’’
Maar je streeft toch ook naar de perfectie?
,, Natuurlijk. Maar op een gegeven moment denk ik: het is nu genoeg geweest. Het is nu wel duidelijk.’’
Het zou nu duidelijk moeten zijn.
,,Ja.’’
Je hebt, grof geschetst, de trainers die alles in hun greep willen houden: de lijn Michels-Van Gaal. En je hebt Cruijff, Frank Rijkaard, Van Basten, die zich niet zo nodig het hele spectrum eigen lijken te willen maken: het gaat om het pure voetbal, alles wat erbij komt is voor anderen, zoiets.
,,Zij zijn leraar geweest. Dat is Johan niet geweest, Rijkaard niet, ik ook niet. Dat maakt een mens ook anders. Ik heb van nature niet de behoefte om dingen echt aan mensen te willen uitleggen. Dat zegt iets over verschillen in personen, en in mentaliteit.’’
Maar houd je bijvoorbeeld vakliteratuur bij?
,,Ik lees wel wat voetbalbladen, wat ik vroeger niet deed. Ik probeer op de hoogte te blijven. Aan de andere kant is het ook goed om authentiek, bij jezelf te blijven. Je moet veel weten, opdat je niet wordt verrast. Maar je hoeft ook niet alles te weten.’’
Je introduceerde een mentale begeleider, Erik Reep. Hij was al weer snel weg, maar het geeft wel iets over jouw denkpatroon aan.
,,Voordat ik trainer werd heb ik getennist en gegolft. Dan zie je hoe belangrijk het is dat je hier (wijst op het gebied ’tussen de oren’, red.) goed bent. In sommige gevallen zou een stukje mentale begeleiding geen kwaad kunnen. Dat hadden wij voor ogen. Maar in de praktijk bleek het moeilijk. Hij kwam niet uit de voetballerij. We hadden weinig tijd. Het bleek gewoon niet te werken, dus laat maar zitten. We proberen het nu zelf wel in te vullen.’’
,,Maar ik vind dat niet alleen voetballers maar alle mensen die samenwerken, zich ook als mens moeten ontwikkelen. Als jij als mens meer in balans bent, zal de voetballer er ook voordeel van hebben. Dat is een mooie zin trouwens.’’
Wat vond Cruijff ervan?
,,Ik weet niet of we dat met hem hebben besproken. Hij is technisch adviseur.’’
Je wilt zeggen: dat was zijn terrein niet.
,,Ja.’’
Heb je zelf als jonge, lerende trainer mentale begeleiding?
,,Dat is misschien een groot woord, maar ik praat wel met gekwalificeerde mensen in mijn omgeving die mij raad en advies geven. Wat is nu verstandig bij de programmering van een WK? Wat kun je verwachten in het leiden van een organisatie? Dat ik mij daarover laat bijstaan vind ik juist naar de KNVB toe, juist naar de spelersgroep toe en goed voor mij. Het houdt ook ontwikkeling voor mij in.’’
Als opvolger van de achterdochtige Dick Advocaat heeft Marco van Basten voorlopig velen voor zich gewonnen. Hij is charmant, laconiek, voorkomend, ontspannen, uitdagend, humoristisch – of hij slaagt erin afwisselend zo over te komen. Zelf wil hij bovenal onverstoorbaar zijn.
Het boek ’Het mysterie Marco’ van Johan Faber, een uitvoerige reconstructie van zijn jaren bij Ajax, is toe aan de vijfde druk. ,,Ik verbaas me erover dat er allerlei boeken worden uitgegeven’’, zegt het zogenoemde mysterie zelf. ,,De laatste twee jaar zijn er een stuk of vier, vijf boeken over mij verschenen. Ik weet er niets van af, ik heb er niet aan meegewerkt. Vervolgens wordt de indruk gewekt dat ik er wel aan heb meegewerkt. Laatst vroeg een verkoper in een winkel of ik wat handtekeningen in dat boek wilde zetten. Dat vinden de mensen leuk, zei die man erbij. Maar dat is de bedoeling niet, vind ik. Dan gaan de mensen helemaal denken dat ik er iets mee te maken heb.’’
,,Ik vind het eigenlijk vreemd dat het allemaal maar kan en mag. Dat is allemaal wel weer uit te leggen, persvrijheid en dergelijke. Maar ik vind het een beetje brutaal, moet ik eerlijk zeggen. Ik vind het vreemd dat allerlei mensen op die manier hun geld willen verdienen over de rug van iemand. Dat vind ik niet chic.’’
De schrijver van ’Het mysterie Marco’ zet expliciet uiteen dat jij niet hebt meegewerkt. Toch is het een goed boek, hoor.
,,Het gekke is: ik kan het niet lezen. Ik heb nog niet twee woorden in al die boeken gelezen, en ik weet echt niet waarom. Niet omdat ik er boos over ben, maar het boeit me volstrekt niet. Waarom, begrijp ik zelf ook niet. Als ik me er al toe zet, denk ik al gauw: ik kan beter dat of dat gaan doen.’’
,,Ik vind het brutaal, in de goede zin van het woord dan, dat de schrijver mijn gedachten denkt te weten. Er worden schakelingen gemaakt, conclusies getrokken. Alsof ik zo zou hebben gehandeld, erover zou hebben nagedacht om iets in plan te zetten. In negen van de tien gevallen doe ik maar wat. Dat is echt zo.’’
,,Misschien pak ik die boeken er nog eens bij als ik zestig ben. Maar ook dan, wat is dan nog het nut? Wat is hier het nut van? Ik word er niet wijzer van. Misschien steekt dat er ook achter. Wat ik doe probeer ik zin te geven. Het lezen van zo’n boek heeft voor mij geen nut. Goed, anderen die het lezen zouden er wijzer van kunnen worden. Ik laat het ook gebeuren. Ik ga er niet ingewikkeld over doen. Maar mysterie en dat soort dingen – ik vind het allemaal overdreven. Allemaal kinderachtig.’’
Bij je aanstelling sprak je ook over het voetbal van Oranje in 1974. Is een tweede plaats met glansrijk spel te prefereren boven een dorre titel?
,,Nee. Ik heb liever een dorre titel.’’
Jullie oud-trainer Sacchi zei over de huidige AC Milan-coach Ancelotti: ’Hij kan lijden in stilte en hij heeft het geduld om niet primair te reageren.’ Dat zijn volgens Sacchi de wezenskenmerken van een topcoach. Het kan ook van Rijkaard en van jou worden gezegd.
,,Hij doelde volgens mij breder op mensen die verantwoordelijkheid dragen. Het is waar, maar ik vind het ook leuk dat je je emotie mag tonen. Niet te pas en te onpas. Maar je hebt van die figuren: voordat ze reageren, is het gebouw ingestort. Zo moet je niet worden. Je moet wel mens kunnen blijven.’’
Het meedogenloze van jou, vroeger als voetballer en nu in je keuzes als coach, heeft het huidige Oranje dat in voldoende mate?
,,Dat kan ik je achteraf vertellen. Het zit ook in dit team. Maar of we het eruit kunnen krijgen, of we het kunnen laten zien, is een tweede. Dat is aan ons.’’
Tot slot terug naar de kern, jouw kern. Op de plaats van het oude Ajax-stadion De Meer staan nu huizen. Wat voor gevoel heb je als je daarlangs rijdt?
,,Dan denk ik: is dit nu nodig? Dat je al die sportparken weghaalt, er huizen neer zet, en de nieuwe sportcomplexen naar de buitenkant duwt. Het is allemaal te verklaren, er hebben zich knappe koppen over gebogen en het is financieel te verantwoorden. Maar ik denk dat als je een stad laat groeien op de manier waarop het ontstaat, dat je veel meer afwisseling houdt.’’
,,Dat zou goed zijn. Nu heb je een centrum vol met winkels en uitgaansgelegenheden, daaromheen huizen, daar weer omheen de werkplekken en daaromheen sportvelden. Als je dat niet zou reguleren zou je wijken behouden zoals ze waren: met een afwisseling van wonen, werken, groen en sport. Dan is de stad veel leuker.’’
Je denkt niet primair aan het plezier in De Meer, aan hoe het allemaal als onbevangen talent is begonnen?
,,Nee, dan denk ik maatschappelijk, echt waar. Het leefmilieu is verdwenen. Er was groen voor die mensen daar, een stadion, een park. Nu is er cement, huizen en weer meer van hetzelfde. Dat is de wereld waarin we leven. Dat doet meer met mij dan dat ik denk: ja, hier heb ik nog een omhaal gemaakt.”
Bron: Trouw.nl